Inhoud training
Deze training richt zich op het versterken van het professioneel handelen van (toekomstige) sociaal werkers binnen het sociaal domein. Deelnemers leren methodisch, planmatig en relationeel te werken in uiteenlopende situaties met inwoners, collega’s en ketenpartners.
Centraal staan de vier fasen van methodisch werken: de startfase, de onderzoeksfase, de actiefase en de afrondingsfase. Aan de hand van praktijkgerichte opdrachten, reflecties en rollenspellen oefenen deelnemers met gespreksvoering, zelfreflectie en besluitvorming in complexe situaties.
De training stimuleert het ontwikkelen van bewust professioneel gedrag, het herkennen van eigen kernwaarden en het verbeteren van samenwerking binnen het netwerk. Daarbij is er specifieke aandacht voor het werken vanuit verbinding, het voeren van lastige gesprekken (bijv. bij opschaling) en het omgaan met weerstand, trauma en hechtingsproblematiek.
Deelnemers verdiepen hun inzicht in eigen handelen en leren hoe zij regie kunnen nemen, afstemmen op de inwoner en tegelijkertijd systematisch en verantwoord kunnen blijven werken.
Belangrijke thema’s:
- Methodisch werken (fasen en toepassing)
- Professionele houding en kernwaarden
- Werken vanuit verbinding met inwoners en collega’s
- Gesprekstechnieken (ORBS, LSD, motiverende gespreksvoering)
- Samenwerken binnen het sociaal domein
- Reflectie, supervisie en intervisie
- Hechting, trauma en weerstand herkennen en hanteren
Voorbereidende opdrachten:
De voorbereidende opdracht is bedoeld om deelnemers voorafgaand aan de trainingsdag bewust te laten reflecteren op hun eigen netwerk en persoonlijke ervaringen. Dit creëert een basis van zelfinzicht, waarmee de training actiever en persoonlijker wordt beleefd. De resultaten van deze opdracht worden tijdens de bijeenkomst gebruikt als uitgangspunt voor groepsreflectie, intervisie en casuïstiekbespreking.
Bestuderen van geselecteerde hoofdstukken uit het boek:
- Basisboek methodisch werken in het sociaal domein, Barbara Buijten, 2023
- Hoofstuk 8 – de startfase
- Hoofdstuk 9 – de onderzoeksfase en planning
- Hoofdstuk 10 – de actiefase
- Hoofdstuk 11 – de afrondingsfase
Totaal: 87 pagina’s.
Programma
- 09:00 – 09:30 | Ontvangst & introductie
- Welkom en doel van de dag
- Kennismaking en inventarisatie verwachtingen
- Korte toelichting op de SKJ-competenties en leerdoelen
- 09:30 – 10:30 | Kennisblok 1: Methodisch werken & verbinding
- Uitleg methodisch werken (Buijten, 2023)
- Werken vanuit verbinding: presentie, nabijheid en regie
- Reflectie: wat betekent methodisch handelen voor mij?
- 10:30 – 10:45 | Pauze
- 10:45 – 12:00 | Werkvorm: Reflectie en casusbespreking
- Bespreking voorbereidende opdrachten (persoonlijke casus + netwerkanalyse)
- In groepjes van 2–3: verdieping via oefenvragen
- Plenaire oogst: wat vraagt verbinding in complexe situaties?
- 12:00 – 13:00 | Lunchpauze
- 13:00 – 14:15 | Kennisblok 2: Samenwerken, regie en netwerk
- Inzicht in cliëntperspectief (traumasensitiviteit en regievorming)
- Samenwerken met jeugdige en gezin: balans tussen nabijheid en begrenzing
- Werken met en rond het netwerk (op basis van NJi-richtlijnen en Buijten)
- 14:15 – 15:15 | Interactieve oefening: Rollenspel & feedback
- Rollenspel in drietallen: “Een lastig gesprek in verbinding voeren”
- Rollen: hulpverlener – hulpvrager – observator
- Observatievragen en feedback
- Nabespreking in kleine groepjes
- Rollenspel in drietallen: “Een lastig gesprek in verbinding voeren”
- 15:15 – 15:30 | Pauze
- 15:30 – 16:30 | Reflectie & vertaling naar de praktijk
- Werken met morele dilemma’s (KNMG-handreiking)
- Professionele waarden en eigen positie
- Wat neem je mee? Wat ga je anders doen?
- 16:30 – 17:00 | Uitleg eindopdracht & afsluiting
- Toelichting op schriftelijke eindopdracht: Reflectie op perspectief als hulpvrager en professioneel handelen
- Beantwoorden van vragen
- Digitale evaluatie en afronding van de dag
Accreditaties
Deze training is door het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) geaccrediteerd voor het opleidingstraject van jeugdzorgwerkers en jeugd- en gezinsprofessionals en is toegekend voor 11,20 accreditatiepunten.
Doelgroep
Deze training is bedoeld voor jeugd- en gezinsprofessionals met een hbo-diploma en een geldige SKJ-registratie, die werkzaam zijn binnen de jeugdhulp, jeugdbescherming of aanverwante werkvelden. De training is relevant voor onder andere maatschappelijk werkers, jeugd- en gezinscoaches, (jeugd)verpleegkundigen, ambulant hulpverleners, jeugdbeschermers, gezinsvoogden, gezinshuisouders, jongerenwerkers, medewerkers in wijkteams, pleegzorgmedewerkers en professionals binnen residentiële en semi-residentiële voorzieningen.
De training is geschikt voor zowel beginnende als ervaren professionals die hun handelingsbekwaamheid willen verdiepen of verbreden. Ook professionals die werken in multidisciplinaire teams of netwerkgerichte contexten vinden in deze scholing praktische handvatten die direct toepasbaar zijn in hun dagelijkse praktijk. De aangereikte inzichten en werkwijzen zijn methodisch verantwoord, veilig inzetbaar en sluiten aan bij het samenwerken met ouders, collega’s en ketenpartners binnen het hulpverleningsproces.
Professionele ontwikkeling van de deelnemer draagt hiermee niet alleen bij aan duurzame inzetbaarheid, maar vormt tevens een krachtige versterking van de continuïteit, kwaliteit en veiligheid van de hulpverlening aan jongeren en gezinnen.
Doelstellingen
- 1. Deelnemers handelen methodisch in het sociaal domein
- De deelnemer herkent en benoemt de vier fasen van methodisch werken (startfase, onderzoeksfase, actiefase, afrondingsfase).
- De deelnemer past deze fasen toe binnen het eigen casusgericht handelen.
- De deelnemer onderbouwt het eigen professioneel handelen met behulp van methodisch denken en systematiek.
- 2. Deelnemers reflecteren op hun professionele houding en kernwaarden
- De deelnemer herkent eigen kernwaarden en opvattingen en benoemt hoe deze het professioneel handelen beïnvloeden.
- De deelnemer oefent met het kritisch onderscheiden van persoonlijke normen versus professioneel ethisch handelen.
- De deelnemer reflecteert op eigen gedrag tijdens gesprekken met inwoners/gezinnen (zelfreflectie en intervisie).
- 3. Deelnemers vergroten hun communicatieve vaardigheden vanuit verbinding
- De deelnemer voert (rollenspel)gesprekken met inwoners volgens technieken als ORBS, LSD en motiverende gespreksvoering.
- De deelnemer toont in gesprekken bewust professioneel gedrag: empathie, grenzen stellen, doorvragen, reflectief luisteren.
- De deelnemer herkent spanningen in verbinding (bijv. door trauma, weerstand of verschillende belangen) en benoemt manieren om hiermee om te gaan.
- 4. Deelnemers versterken hun handelingsrepertoire in complexe situaties
- De deelnemer oefent met het bespreken van moeilijke thema’s zoals opschaling, onveiligheid of stagnatie in hulpverlening.
- De deelnemer ontwikkelt handelingsalternatieven op basis van praktijkcasussen (rollenspel en reflectie).
- De deelnemer benoemt zijn/haar rol binnen het samenwerkingsnetwerk en maakt afspraken over communicatie en verantwoordelijkheden.
- 5. Deelnemers werken integraal samen binnen het sociaal domein
- De deelnemer benoemt relevante samenwerkingspartners en hun rol binnen de keten.
- De deelnemer herkent hoe verbinding, communicatie en gedeelde doelen bijdragen aan effectieve samenwerking.
- De deelnemer formuleert randvoorwaarden voor goede samenwerking (vertrouwen, rolverdeling, afstemming).
Werkwijze
In deze training nemen we deelnemers stap voor stap mee in het professioneel handelen binnen het sociaal domein. We creëren een leeromgeving waarin praktijk en reflectie hand in hand gaan. Gedurende de trainingsdag of -dagen staat het ervaren, oefenen en onderzoeken van de eigen beroepshouding centraal.
We starten met een gezamenlijke kennismaking, waarin deelnemers kort hun achtergrond en leervragen delen. Dit zorgt voor een veilige setting en legt de basis voor leren vanuit verbinding. Daarna maken we kennis met het methodisch kader dat centraal staat: de vier fasen van methodisch werken (startfase, onderzoeksfase, actiefase, afrondingsfase). Deze structuur biedt houvast voor het verdere programma.
Aan de hand van herkenbare situaties uit het sociaal domein (bijv. contact met kwetsbare inwoners, samenwerking met collega’s, of het voeren van moeilijke gesprekken) worden verschillende thema’s uitgediept. Denk aan professionele afstand en nabijheid, omgaan met weerstand, het belang van verbinding en het effect van eigen kernwaarden op het contact met de inwoner.
We werken actief met praktijkgerichte werkvormen zoals:
- Persoonlijke reflectie-oefeningen: over je kernwaarden, opvattingen en professionele grenzen;
- Rollenspellen: waarin deelnemers eigen casussen inbrengen, met rollen voor hulpverlener, inwoner en observator;
- Intervisiemomenten: waarin deelnemers elkaar feedback geven vanuit een methodisch en verbindend perspectief;
- Groepsgesprekken: over samenwerken, dilemma’s en communicatie met partners in het sociaal domein.
Gedurende de training staan openheid, nieuwsgierigheid en ervarend leren centraal. We stimuleren deelnemers om te oefenen met nieuw gedrag, stil te staan bij hun automatische reacties, en deze te onderzoeken zonder oordeel. De trainer ondersteunt dit leerproces met verdiepende vragen, theoretische kaders en praktische tools (zoals gesprekstechnieken, reflectiemodellen en het balansmodel).
De training sluit af met een reflectie op het eigen leerproces. Wat heb je ontdekt over jezelf als professional? Welke inzichten neem je mee naar de praktijk? Welke stap wil je zetten in je verdere ontwikkeling?
Door deze ervaringsgerichte werkwijze ontstaat niet alleen kennis, maar vooral inzicht, bewustwording en versterking van het professioneel handelen in het sociaal domein.
De volgende leeractiviteiten worden ingezet:
Voorbereidende opdracht (zelfstudie): Voorafgaand aan de training worden deelnemers gevraagd om een reflectieopdrachten uit te voeren. De oefeningen helpen om eigen ervaringen, netwerken en behoeften te onderzoeken, en vormen de basis voor actieve deelname tijdens de trainingsbijeenkomsten. Daarnaast bestuderen zij geselecteerde hoofdstukken uit het Basisboek methodisch werken in het sociaal domein (Barbera Buijten, 2023).
Interactieve opdrachten: Tijdens de training worden activerende opdrachten ingezet om deelnemers aan het denken te zetten, zoals het verkennen van persoonlijke kernwaarden, het analyseren van dilemma’s of het samenstellen van een sociaal netwerkdiagram.
Casuïstiekbespreking en intervisie: Deelnemers brengen praktijkervaringen in, die groepsgewijs worden besproken met behulp van gestructureerde intervisiemethoden (zoals de incidentmethode of STARR). Ze leren van elkaars perspectieven en oefenen in methodisch redeneren.
Rollenspellen en vaardigheidstraining: Met behulp van realistische praktijksituaties oefenen deelnemers gesprekken in een veilige leeromgeving. Rollen zijn verdeeld over hulpverlener, cliënt/inwoner en observator. De trainer geeft gerichte feedback op houding, gesprekstechniek en professioneel gedrag.
- Individuele reflectie: Gedurende de training reflecteren deelnemers op hun gedrag, keuzes en persoonlijke leerpunten. Reflectievragen zijn gebaseerd op modellen zoals Korthagen of STARR. Er wordt nadruk gelegd op het herkennen van eigen waarden, triggers en professionele rol.
Deze blended, gevarieerde en systematisch opgebouwde werkwijze draagt bij aan de competentieontwikkeling van de jeugd- en gezinsprofessionals. De inzet van afwisselende, didactisch onderbouwde leeractiviteiten is erop gericht dat deelnemers niet alleen theoretisch inzicht verwerven, maar ook daadwerkelijk methodisch, bewust en empathisch leren handelen binnen complexe jeugdzorgcontexten. De training is daarmee gericht op directe toepasbaarheid in de praktijk én op duurzame professionalisering.
1. Ondersteunen bij regievoeren
Tijdens deze training ontwikkelen jeugd- en gezinsprofessionals hun vermogen om cliënten actief te ondersteunen in het (her)pakken van regie over hun eigen hulpverleningstraject. In de huidige praktijk ervaren veel professionals dat gezinnen zich afhankelijk of zelfs passief opstellen, mede als gevolg van eerdere negatieve ervaringen met hulpverlening of complexe leefomstandigheden. Deze training biedt handvatten om in zulke situaties methodisch én relationeel te werken aan het versterken van eigenaarschap.
Centraal staat het ontwikkelen van een houding waarin de professional niet stuurt, maar samenwerkt. Deelnemers leren hoe zij al vanaf de startfase van het traject transparant kunnen communiceren over doelen, verwachtingen en mogelijkheden. Door het inzetten van gesprekstechnieken (zoals ORBS en LSD), reflectie op kernwaarden en interactieve oefeningen zoals rollenspellen en casusbesprekingen, groeit hun bewustzijn van hoe hun eigen gedrag en communicatie invloed hebben op het ervaren eigenaarschap van cliënten.
De training maakt gebruik van principes uit traumasensitief werken en verbindende communicatie, zodat professionals leren afstemmen op de vaak kwetsbare positie van jeugdigen en gezinnen. Ze leren hoe zij veiligheid en vertrouwen kunnen opbouwen, ruimte geven voor perspectieven van de cliënt en tegelijkertijd zorgen voor een heldere structuur. Hierdoor ontstaat ruimte voor gezamenlijke besluitvorming en gedeelde verantwoordelijkheid.
Door de koppeling tussen theorie, zelfreflectie en praktische toepassing in realistische situaties worden deelnemers toegerust om regievorming niet alleen te stimuleren, maar ook duurzaam te verankeren binnen hun handelen. Ze ervaren hoe het versterken van de regierol van de cliënt leidt tot meer betrokkenheid, motivatie en effectievere hulpverlening. Zo draagt deze training aantoonbaar bij aan de ontwikkeling van de competentie ‘Ondersteunen bij regievorming’, zoals bedoeld binnen het SKJ-competentieprofiel.
2. Samenwerken met de jeugdige en het gezin
In deze training staat het versterken van de samenwerkingsrelatie tussen professional, jeugdige en gezin centraal. Samenwerking is meer dan een goede verstandhouding; het vraagt om een bewuste, gelijkwaardige en methodisch onderbouwde benadering waarin het perspectief van het gezin daadwerkelijk leidend wordt gemaakt. De training biedt deelnemers inzicht en vaardigheden om deze samenwerking in elke fase van het hulpverleningsproces duurzaam en respectvol vorm te geven.
Deelnemers oefenen in het afstemmen op de beleving, motivatie en behoeften van jeugdigen en ouders. Door inzet van gesprekstechnieken als open vragen stellen, reflectief luisteren en het expliciet maken van verwachtingen, leren zij hoe zij de betrokkenheid van gezinnen vergroten en hen uitnodigen tot actieve participatie. Er is specifieke aandacht voor hoe je als professional de ruimte creëert waarin gezinsleden zich gehoord, erkend en serieus genomen voelen — ook als er sprake is van weerstand, zorg of wantrouwen.
De training leert professionals om het perspectief van gezinnen niet alleen op te halen, maar ook een gelijkwaardige plaats te geven in de besluitvorming en planvorming. Theorie en casuïstiek worden verbonden aan actuele thema’s zoals diversiteit, gezinscultuur, trauma en gehechtheid, waardoor deelnemers leren aansluiten bij uiteenlopende gezinssystemen. Ze ontwikkelen hierin ook sensitiviteit voor (onbewuste) professionele opvattingen die samenwerking kunnen belemmeren en leren hoe zij deze kunnen bijstellen.
Daarnaast biedt de training ruimte voor reflectie op eigen handelen in het contact met gezinnen. Door intervisie, rollenspel en reflectieve opdrachten worden deelnemers uitgedaagd om hun houding, taalgebruik en keuzes te bevragen vanuit het perspectief van de jeugdige en diens gezin. Ze leren hoe zij werken aan een gezamenlijke koers, ook wanneer belangen of visies uiteenlopen.
Op deze wijze draagt de training bij aan het versterken van een actieve, transparante en veilige samenwerkingsrelatie met jeugdigen en gezinnen. Een relatie waarin ruimte is voor verschil, maar waarin gezamenlijke doelen en gedeelde verantwoordelijkheid centraal staan — in lijn met de kern van deze SKJ-competentie.
3. Versterken van het netwerk
De training ondersteunt jeugd- en gezinsprofessionals in het herkennen, activeren en versterken van de formele én informele netwerken rond de jeugdige en het gezin. In het sociaal domein is netwerkversterking geen aanvullende stap, maar een integraal onderdeel van duurzame hulpverlening. Het vraagt om een verschuiving van denken in hulpverlening naar denken in steunstructuren: wie is er al, wie kan er nog meer zijn, en hoe betrekken we hen op een veilige en constructieve manier?
Tijdens de training leren deelnemers methodisch te onderzoeken welke mensen, instanties of verbanden belangrijk (kunnen) zijn in het leven van jeugdigen en gezinnen. Ze krijgen praktische handvatten om deze netwerken systematisch in kaart te brengen, bijvoorbeeld met netwerkcirkels, genogrammen of sociale kaarten. Daarbij ligt de nadruk op het herkennen van bestaande krachtbronnen en het benoemen van kansen om het netwerk actiever te betrekken bij het dagelijks functioneren of herstelproces.
In gesprekken met gezinnen leren professionals hoe zij netwerkversterking bespreekbaar maken op een respectvolle, niet-dwingende manier. Er wordt geoefend met het onderzoeken van wensen, grenzen en zorgen van cliënten rondom het delen van hun verhaal en het toelaten van anderen. Zo wordt inzichtelijk hoe professionals samen met gezinnen stap voor stap bouwen aan een netwerk dat gedragen en gewenst is — en dus duurzaam werkt.
Daarnaast richt de training zich op het versterken van de positie van de jeugdige binnen zijn of haar netwerk. Deelnemers reflecteren op hoe zij jongeren kunnen ondersteunen in het aangaan of herstellen van relaties en hoe zij op een coachende manier gesprekken kunnen faciliteren tussen gezinsleden en netwerkpersonen. Ook is er aandacht voor culturele diversiteit, loyaliteitsvraagstukken en situaties waarin het netwerk (deels) belastend is geweest.
Door deze integrale benadering ontwikkelen deelnemers een bredere blik op hulp en ondersteuning. Ze leren hoe ze vanuit hun professionele rol kunnen bijdragen aan de sociale bedding van jeugdigen, waardoor problemen niet alleen individueel maar ook collectief worden gedragen. De cursus draagt zo aantoonbaar bij aan het versterken van de competentie ‘Versterken van het netwerk’ — een essentiële pijler in het werken aan veerkracht, zelfredzaamheid en sociale duurzaamheid.
4. Interdisciplinair samenwerken met en rond de jeugdige en zijn systeem
Binnen het sociaal domein is samenwerking met andere disciplines onvermijdelijk én noodzakelijk. Geen enkel vraagstuk rond een jeugdige staat op zichzelf, en professionals zijn vaak slechts één schakel binnen een breder geheel van hulp, zorg, onderwijs en ondersteuning. Deze training stelt jeugd- en gezinsprofessionals in staat om effectief, gelijkwaardig en doelgericht samen te werken met collega’s uit andere vakgebieden — in het belang van het kind en zijn systeem.
Deelnemers leren hoe zij hun eigen rol helder kunnen positioneren binnen een multidisciplinair krachtenveld. Door middel van casuïstiekbesprekingen en simulatie-opdrachten oefenen zij met het formuleren van hun professionele visie, het beargumenteren van keuzes en het afstemmen op de werkwijze en kaders van andere betrokkenen. Daarbij is er specifieke aandacht voor hoe je elkaars expertise benut, grenzen respecteert en toch gezamenlijke verantwoordelijkheid draagt.
Tijdens de training staat het creëren van afstemming centraal: wat is ieders aandeel in het proces, wie neemt wanneer het initiatief, en hoe zorgen we dat de jeugdige en zijn gezin niet verdwalen in het systeem? Deelnemers ontwikkelen vaardigheden in het organiseren en leiden van overleggen, het maken van werkbare afspraken en het zorgvuldig vastleggen van gezamenlijke doelen en verantwoordelijkheden.
Daarnaast is er ruimte voor reflectie op spanningsvelden die zich kunnen voordoen in samenwerking — bijvoorbeeld bij verschil van visie, handelingssnelheid of werkkaders. De training reikt handvatten aan om hier constructief mee om te gaan, met behoud van relatie én focus op de hulpvraag van de jeugdige. Daarbij wordt benadrukt hoe belangrijk het is om verbindend te communiceren, ook wanneer het schuurt.
Door het versterken van hun interprofessionele communicatie, het oefenen met rolduidelijkheid en het actief leren schakelen tussen verschillende belangen en perspectieven, worden deelnemers toegerust om regie te nemen én ruimte te geven in samenwerking. Zo draagt deze training bij aan het professioneel functioneren binnen complexe ketensamenwerking en aan de kwaliteit en samenhang van de geboden hulp. Daarmee wordt zichtbaar bijgedragen aan de competentie ‘Interdisciplinair samenwerken met en rond de jeugdige en zijn systeem’.
5. Regie (deels en tijdelijk) overnemen van de jeugdige en zijn gezin
Hoewel het stimuleren van eigen regie het uitgangspunt is in de hulpverlening, zijn er situaties waarin het tijdelijk noodzakelijk is om als professional (een deel van) de regie over te nemen. Denk aan situaties waarin de veiligheid van een jeugdige in het geding is, er sprake is van stagnatie of overbelasting, of wanneer er onvoldoende handelingsvermogen bij het gezin aanwezig is. Deze training helpt deelnemers om in dergelijke situaties doordacht, zorgvuldig en professioneel te handelen, met behoud van verbinding.
Deelnemers leren hoe zij signaleren wanneer regieovername aan de orde is en hoe zij dit onderbouwen vanuit een methodisch en ethisch kader. Via realistische casuïstiek, reflectie en simulatie-oefeningen oefenen zij met het bespreekbaar maken van zorgen, het uitleggen van besluiten en het navigeren door complexe situaties waarin belangen, emoties en verantwoordelijkheden samenkomen. De training benadrukt hierbij het belang van transparantie, zorgvuldige documentatie en continue communicatie.
Een belangrijk leerdoel is het voorkomen dat tijdelijke regieovername omslaat in overnemen ‘bij gebrek aan beter’. Deelnemers leren hoe zij tegelijkertijd de eigen kracht van het gezin blijven aanspreken, en hoe zij werken aan het zo spoedig mogelijk terugleggen van de regie. Ze worden zich bewust van hun eigen invloed op het proces en ontwikkelen vaardigheden om richting te geven zonder over te nemen waar dat niet strikt noodzakelijk is.
In de training wordt gewerkt met een traumasensitieve en relationele benadering, die deelnemers helpt om regieovername te combineren met empathisch en waardengericht handelen. Ze oefenen in het hanteren van weerstand, het begrenzen vanuit zorg én het bewaken van professionele nabijheid. Dit zorgt ervoor dat gezinnen zich, ondanks het tijdelijk uit handen geven van controle, toch serieus genomen en betrokken voelen.
Door het versterken van professionele besluitvorming, kritische zelfreflectie en communicatieve stevigheid draagt deze training aantoonbaar bij aan het competent handelen wanneer (tijdelijke) regieovername onvermijdelijk is. Tegelijkertijd leren deelnemers hoe zij die verantwoordelijkheid met terughoudendheid en respect hanteren — met het oog op herstel van autonomie. Daarmee sluit de training naadloos aan bij de competentie ‘Regie (deels en tijdelijk) overnemen van de jeugdige en zijn gezin’.
6. Ethisch en integer handelen
Professionals in het sociaal domein opereren dagelijks in situaties waarin morele afwegingen, vertrouwelijkheid, professionele grenzen en wettelijke kaders samenkomen. In deze training worden deelnemers ondersteund in het ontwikkelen van een scherp ethisch kompas en het vermogen om integer te handelen, ook wanneer de situatie complex, gevoelig of onder druk is.
Deelnemers leren dat ethisch handelen begint bij zelfbewustzijn: weten waar je voor staat, welke waarden je leidend laat zijn in je handelen, en hoe je deze waarden expliciet maakt in je contact met jeugdigen, ouders en collega’s. Door middel van reflectieve opdrachten en intervisie leren zij onderscheid te maken tussen persoonlijke opvattingen en professionele normen. Ze krijgen inzicht in hoe hun overtuigingen het contact met cliënten kunnen beïnvloeden — positief én belemmerend.
In praktijksimulaties en casuïstiekbesprekingen worden situaties onderzocht waarin loyaliteit, autonomie, veiligheid en transparantie met elkaar botsen. Deelnemers oefenen in het hanteren van morele dilemma’s: hoe handel je als de belangen van jeugdige en ouder uiteenlopen? Wat doe je als het systeem van de jeugdige schadelijk lijkt, maar hij daar zelf anders over denkt? En hoe blijf je daarin trouw aan je professionele opdracht én aan het menselijk contact?
De training reikt kaders aan vanuit beroepsethiek, privacywetgeving, meldcodes en beroepsstandaarden, zodat deelnemers hun afwegingen niet alleen op gevoel, maar ook op kennis kunnen baseren. Tegelijkertijd leren ze hoe zij deze overwegingen zorgvuldig onderbouwen en communiceren — zowel richting cliënten als binnen multidisciplinaire teams.
Ethisch en integer handelen vraagt ook om moed: het durven benoemen van zorgen, het bespreekbaar maken van lastige kwesties en het nemen van verantwoordelijkheid voor de gevolgen van professioneel handelen. Deelnemers reflecteren daarom ook op hun positie in het systeem en hun bereidheid om te staan voor wat juist is, ook als dat onder druk staat.
Door deze combinatie van ethische theorie, zelfonderzoek en praktijkgerichte toepassing draagt de training krachtig bij aan het ontwikkelen van een professionele, integere beroepshouding. Deelnemers worden toegerust om in uiteenlopende contexten bewust, transparant en verantwoordelijk te handelen — in lijn met de SKJ-competentie ‘Ethisch en integer handelen’.
Studiebelasting
- 1. Contacturen – 7 uur De training bestaat uit een volledige lesdag van 09:00 tot 17:00 uur. Tijdens deze dag worden verschillende didactische werkvormen ingezet, waaronder plenaire kennisoverdracht, interactieve werkvormen, intervisie, rollenspellen, reflectieopdrachten en casuïstiekbespreking.
- 2. Zelfstudie – 3,5 uur De zelfstudie bestaat uit de voorbereiding op de trainingsdag en omvat:
- Bestuderen van literatuur (87 pagina’s) Basisboek methodisch werken in het sociaal domein, Barbara Buijten, 2023
- Hoofstuk 8 – de startfase
- Hoofdstuk 9 – de onderzoeksfase en planning
- Hoofdstuk 10 – de actiefase
- Hoofdstuk 11 – de afrondingsfase
Totaal: 87 pagina’s.
- Uitvoeren van een voorbereidende opdracht – 1 uur De deelnemer voert voorafgaand aan de training twee reflectieve opdrachten uit:
- Een persoonlijke netwerkanalyse
- Het voorbereiden van een persoonlijke casus De resultaten hiervan vormen het vertrekpunt voor reflectie en gesprek tijdens de training. Deze opdracht stimuleert zelfinzicht en vormt een essentiële aanzet tot leeractivatie.
Aanwezigheid
Deze training vereist 100% fysieke aanwezigheid van de deelnemer gedurende de gehele lesdag. De aanwezigheid is een essentieel onderdeel van formeel leren zoals bedoeld in het SKJ-accreditatiekader.
Indien de deelnemer door overmacht of aantoonbare omstandigheden niet in staat is om (een deel van) de lesdag bij te wonen, kan na overleg met de opleider alsnog worden voldaan aan de aanwezigheidseis door het uitvoeren van een aanvullende individuele opdracht. De aard en inhoud van deze opdracht sluiten aan bij de gemiste onderdelen en worden vastgesteld door de trainer.
Zonder voltooiing van deze opdracht kan er geen certificaat van deelname worden verstrekt.
Toetsing
De training wordt afgerond met een schriftelijke eindopdracht: “Reflectie op perspectief als hulpvrager en professioneel handelen.” Deze opdracht vraagt de deelnemer om in 1.000–1.500 woorden te reflecteren op een (denkbeeldige of persoonlijke) situatie waarin hij/zij zelf als hulpvrager ondersteuning nodig zou hebben. De opdracht stimuleert diepgaande reflectie en het vertalen van het cliëntperspectief naar concreet professioneel handelen.
De eindopdracht wordt beoordeeld op, door de trainer:
- Diepgang van reflectie
- Inlevingsvermogen en bewustwording
- Vertaling naar de eigen beroepspraktijk
- Relevantie ten opzichte van de inhoud van de training
Literatuurlijst
-
Buijten, B. (2023). Basisboek methodisch werken in het sociaal domein. Bussum: Coutinho.
-
Van der Laan, M., & Plaisier, L. (2021). Verbinden als vak: Relatiegericht werken in het sociaal domein. Amsterdam: SWP.
-
Baartman, E., & Kalverboer, M. (2019). Het verhaal achter gedrag: Werken met een traumasensitieve bril. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
-
Nederlands Jeugdinstituut. (2022). Samenwerken met gezinnen: Balans tussen nabijheid en begrenzing. Geraadpleegd op https://www.nji.nl
-
Nederlands Jeugdinstituut. (z.j.). Samenwerken met ouders en jeugdigen Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Geraadpleegd op 25-07-2025 https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl
-
Nederlands Jeugdinstituut. (z.j.). Besluitvorming in de jeugdhulp, Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Geraadpleegd op 25-07-2025 https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl
-
Nederlands Jeugdinstituut. (z.j.). Traumasensitief werken, Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Geraadpleegd op 25-07-2025 https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl
-
KNMG. (2021). Handreiking moreel beraad voor professionals in het sociaal domein. Utrecht: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). Geraadpleegd op 25-07-2025: https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/handreiking-moreel-beraad.htm